|
|
|
|
|
 
 
 
 
Filmmaker Marijn Poels maakt in opdracht van COS Flevoland en Omroep Flevoland een reis om de wereld op zoek naar de acht grootste wereldproblemen. Op avontuurlijke, toegankelijke en soms indringende wijze brengt hij het werk van diverse organisaties in beeld, portretteert hij lokale bevolking en de hoop uit de derde wereld landen. Hij houdt een dagboek bij en beschrijft op filmische wijze zijn belevingen vanachter de camera.
 
 
December 2011, Paramaribo

Geluk is niet weten wat geluk is.
 
Paramaribo - Nergens ter wereld waar Nederland zo'n diepe sporen heeft achter gelaten. Een bloedig en wreed spoor welteverstaan. Wie de geschiedenis kent van de voormalige Nederlandse kolonie kan bijna niet zonder gepaste schaamte onder Nederlands paspoort voet zetten in het huidige Suriname. Het zuid Amerikaanse gebied, dat ooit toebehoorde aan de Surinen indianen maar vanaf 1499 in een koloniale greep werd gehouden door Europeanen, is de laatste 340 jaar door de Nederlanders zacht gezegd uitgebuit. Tot aan 25 november 1975 bleef Suriname onder heerschappij van de Nederlanders waarna het uiteindelijk zijn onafhankelijkheid terugkreeg.
 
 
Precies 36 jaar later laat ik me meevoeren over de Corantijn rivier in een uitgeholde boomstam door twee Trio-indianen. We varen dieper het Surinaamse Amazone woud in. Samen met de gepensioneerde commissaris Johannes Spoelstra en voormalig visser Tjeerd de Boer - die met hun stichting Vissers voor Vissers de afgelegen indianenstammen ondersteunen in de visserij - reizen we naar de geïsoleerde samenleving Wanapang. Johannes had als politiecommissaris op Urk veel te maken met de illegale visserij op het IJsselmeer De netten van de illegale stropers werden in beslag genomen en meestal meteen daarna vernietigd.

Zonde, dacht de diender. Nu krijgen de illegale netten een tweede leven elders in de wereld. Wanneer er vanuit de mensen zelf de vraag komt voor ondersteuning in de visserij reizen de twee avonturiers met de netten en de principes van de bijbel af naar de verste uithoeken van de wereld.

Het is slechts een klein plankje van tien centimeter breed waar ik op zit. De plank werd net voordat we vertrokken nog even snel tussen de randen van de kano gemonteerd. We zijn al vijf uur onafgebroken aan het varen en hebben nog ruim honderd en veertig kilometer voor de boeg voordat we aankomen op onze bestemming. De vijftien PK buitenboordmotor duwt ons met een trage dertien kilometer per uur over het water. In tegenstelling tot veel andere rivieren in de Amazone, waar het vaak krioelt van bootjes, primitieve dorpjes en kinderen die de boot met vreemdelingen proberen na te rennen is het op de Corantijn rivier bijzonder stil. Geen dorpjes maar slechts de diverse golven in het water welke de stroming van de reis bepalen.
 
 

 
Het is begrijpelijk dat dit afgelegen deel van Suriname wordt gebruikt als doorvoergebied van illegale drugs vanuit Zuid-Amerika naar Europa en Brazilië. Tevens dient het als doorvoer voor wapens-voor-drugs transacties met de FARC. Het is een stukje geïsoleerd Suriname waar de regels worden bepaald door diegene die er op dat moment zijn.

Links en rechts rijst het regenwoud meters boven de grond.,Een tweetal blauwgekleurde papegaaien vliegen krijsend over de groene toppen en het hypnotiserende constante geluid van de motor voeren me bijna in een diepe slaap. Telkens wanneer ik in slaap dreig te sukkelen corrigeert de zwaartekracht mijn lichaam vandaar dat ik onmogelijk in een rustpositie kan komen. Deze constante herhalingen maken het onmogelijk om me te ontspannen. In tegenstelling tot Johannes en Tjeerd die met de bagage als rugleuning lekker languit genieten van de tocht. Langzaam ontpopt de reis zich voor mij tot een variant van de Chinese marteling, waarin het slachtoffer door herhaling van waterdruppels op zijn hoofd langzaam tot waanzin wordt gedreven.
 
En zo blijf ik gedurende de reis overgeleverd aan de wil van de ‘folteraar’, in de wetenschap dat luxe met elke meter varen verder van ons vandaan aan het glijden is.
Daarbij nog eens pech dat ik nu al vier dagen een flinke oorontsteking heb. Mijn linkeroor is twee keer zo dik en zo rood als een kreeft. Als serieus oorpatiënt heb ik bijna altijd mijn medicijnen mee, behalve deze reis niet! Dat zorgde voor enige paniek in mijn hoofd toen we vanuit Paramaribo de rode Bauxiet weg opreden richting onbewoonde wereld. Ik werd me er van bewust dat medische hulp niet zo vanzelfsprekend meer is. In het aller laatste dorpje Apoera heb ik gelukkig bij een medische post een handje vol antibiotica meegekregen om het kloppende oor enigszins te helen. Op de kano heb ik mijn oren goed weten te bedekken met mijn blouse die als Bandana fungeert en mijn oren enigszins beschermt tegen de brandende zon. De woorden ‘onverantwoord’ en ‘volstrekt idioot’ sijpelen langzaam bij me binnen.
 

 
In Wanapang zal niets meer zijn wat me kan helpen en het risico dat de antibiotica niet aanslaat is reëel. Toch was mijn drang om dit verhaal te filmen blijkbaar groter dan de verantwoordelijkheid voor mijn medische conditie. Aan de andere kant is een avontuur altijd een kwelling van geen luxe, comfort en zekerheden die je na de reis pas kunt relativeren naar een parodie van de romantiek. Met slechts wat visnetjes, hengels en een potje Nescafé, waar ik met het rivierwater, mijn koffie van maak, glijden we langzaam het onbekende en onzekere tegemoet. Op de smalle voorkant van de varende boomstam probeer ik de balans te zoeken om stabiele opnames te maken van de tocht. De stroomversnellingen en de daarbij horende manoeuvres die de indianen stuurman uithaalt maken het lastig voor me. Een val met de camera in het water zal het definitieve einde zijn van de reis.
 
Na acht uur varen komt het verlossende woord van Johan de indianenstuurman. “We overnachten hier aan de overkant, het houten hutje dat daar staat is al jaren onbewoond en daar slapen we veilig”. We varen de boot naar de kant. Het waterlandschap heeft zich aangenaam veranderd tot een rivier waar op veel plekken flinke rotsen uit het water steken. Het verlaten houten hutje staat moederziel alleen, omringd door gigantische oude oerbomen. De diversiteit aan geluiden die uit de jungle komen zijn soms overweldigend. In de verte horen we de brulapen . Eenmaal voet aan wal wordt ik gevangen door een geur van rottend vlees en verbrand haar. Voorzichtig ga ik op onderzoek uit en op het moment ik over een rotskloof spring zie ik in de gleuf een reusachtige Anaconda slang liggen die in verre staat van ontbinding is. Zijn hoofd is zo dik als mijn nek en ik schat hem zo’n vijf meter lang. Blijkbaar tijdens een gevecht met zijn rivaal in de kloof terechtgekomen. Het word me overduidelijk dat deze plek vol zit met beesten en insecten die een mensenleven in een split seconden kunnen veranderen of zelfs eindigen. Met een gepaste timiditeit en ontzag voor de omgeving verken ik de houten hut. Op een kolonie termieten na, die het huisje lijken te hebben gewurgd, is het rustig. We hangen onze hangmatten op en de twee indianen, Johan en Sitzke, hebben zeer snel de eerste Piranha aan de haak geslagen. Het vuurtje gloeit en na een primitief maaltje worden we door de talloze insecten van de jungle in onze hangmat in slaap gezongen.
 
 
Nog voordat de zon ontwaakt herhaalt zich de eerste dag en varen we in diezelfde hypnotiserende snelheid de laatste honderd kilometer. In de vroege ochtend is het klimaat heerlijk. De lieflijke lauwe wind en het zicht op het nog spiegelstrakke water voert me in een bijna mediterende extase. Die rust en lieflijkheid veranderen snel. Door de talloze rotsen die boven het water uitsteken is de rivier de afgelopen 30 minuten aanzienlijk ruwer geworden. Johan staat, volledig geconcentreerd naar zijn te kiezen vaarlijn, achter op de kano en leidt ons op meesterlijke wijze door de talloze versnellingen langs de rotsen.
Na vier uurtjes varen houden we gelukkig even pauze op het vasteland. We leggen aan op een klein eilandje midden in de rivier van geel zand omringd door de grijze ronde rotsen en enkele bomen. Als ik een definitie moest geven van een paradijselijk stukje aarde van hemelse kwaliteit is dat onherroepelijk deze plek. Het gladde gele zand van de eilandjes waar nog geen voetafdruk te lezen is, laten mij het gevoel van ware ontdekking beleven. Wellicht hetzelfde gevoel wat Livingstone overkwam bij aankomst van het Ngamimeer voorbij de Kalahari woestijn. Waar destijds nog nooit een Europese voetstap was gezet. Niet dat ik hier die illusie heb, maar het gevoel zal ongetwijfeld van gelijke kwaliteit zijn.
 
 
De euforie zit hem in het feit dat hier werkelijk niets is wat mij doet denken aan mijn eigen wereld. Geen telefoon, twitter, facebook of elektriciteit. De enige legitieme vraag die je jezelf hier kunt stellen is; krijg ik vanavond wat te eten, en zo ja, wat?

Johan en Sitzke zijn niet anders gewend. Daar waar ik nog ongemakkelijk loop ,rennen zij me blootsvoets voorbij. Al het ongedierte van de rimboe beschouw ik als potentieel gevaar maar zij zien het als potentieel eten.
 
Nog net drie uurtjes voordat de zon weer naar het westen verdwijnt komen we aan in Wanapang, de geboorteplaats van de twee indianen. Het dorpje is niet meer dan 12 rieten hutjes tegen een kleine helling aan. Het ligt pal aan de rivier. Het is leeg, er is helemaal niemand. Alle inwoners van de gemeenschap zijn met een boot naar de stad Apoera gevaren. Er waren veel zieken in het dorp en zodoende is het hele dorp voor enkele weken naar de stad afgereisd om de zieken op te lappen. De bagage wordt aan land gehaald. Tjeerd gaat meteen samen met de twee indianen het water op om de netten uit te zetten. Doel is om de Indianen te laten zien hoe de Urkse netten in het Surinaamse water het beste kunnen worden uitgezet. En natuurlijk om vanavond niet met lege maag te moeten gaan slapen. Onder een kraakheldere sterrenhemel bakken we uiteindelijk provisorisch een vijftal stevige Piranha´s in de pan.

´s morgens is het zes uur wanneer ik al aan de rand van de rivier sta. De ochtend mist danst in een dunne lijn als een spookje over het water. De eerste zonnestralen prikken door de boomtoppen van het woud en dalen langzaam naar het aardoppervlak waar de mist vervolgens geelrood wordt belicht. Een zwerm muggen danst boven de mist en in de verte een diepe brul van een aap waarvan de echo vier maal nagalmt over het oerwoud. Een vijftien gieren staan aan de rand van de rivier op nog geen vijf meter bij me vandaan. De aaseters pikken de resten uit de kadavers van de vis die gisteren op ons menu stond.

Johan en Sitzke zijn al met de kano de rivier opgevaren. Ik probeer ze te vinden maar zie niets. Dan hoor ik een geweerschot, de gieren schrikken en vliegen rakelings over me heen. Niet lang daarna komen de twee indianen aangevaren. Beiden een grote glimlach op hun gezicht. Johannes haalt een grote boskalkoen uit de kano tevoorschijn. Meteen wordt de vogel kaalgeplukt en de ingewanden eruit gesneden. Voor de komende twee dagen in ieder geval voldoende eten. Ik betrap me op een pijnlijke waarheid dat wij acht uur per dag, vijf dagen in de week nodig hebben om aan onze basisbehoefte te kunnen voldoen, gepaard met burn outs, stress, hypotheken en complexe wetgeving. Deze twee indianen schieten in nog geen vijf minuten tijd een vogel uit de lucht en zijn voor de komende twee dagen klaar met hun basisbehoefte. Wat wij nog niet in acht uur per dag klaar krijgen lukt deze indianen in nog geen vijf minuutjes. Ik sta een beetje dromend en perplex te kijken hoe Johan glimlachend de vogel kaalplukt en in stukken vlees snijdt.
 
Zijn wij hier nu om deze indianen te ontwikkelen of zijn wij hier om juist een harde les te krijgen van deze levenskunstenaars? De les dat wij in het westen met onze ontwikkeling feitelijk alleen maar moeilijker zijn gaan leven. Dat het kapitalisme ons langzaam heeft opgeslokt tot een blind volk dat ver voorbij de ware essentie van onze behoefte rent, en langzaam die essentie uit het oog verloren is? Gewurgd door onze eigen drang naar veiligheid en ontwikkeling. We werken ons krom om een visje op de markt te kunnen kopen terwijl ik er toch zo gelukkig van word om er eigenhandig één te vangen. Elke stap in de rimboe is een overwinning, een avontuur en een ontdekking die het leven in mij elke seconden laat voelen. Ik ben me er pijnlijk van bewust dat deze oervorm niet meer terug te draaien is binnen onze wereld en we, hoe gek ook, geen afstand meer kunnen doen van de westerse wurggreep. Wat we wel kunnen is deze indianen bewust maken dat het leven in de stad voor hen de definitieve ondergang zal betekenen. Dat het beter is de ontwikkeling naar een dorp te brengen dan dat een dorp naar de ‘ontwikkeling’ gaat. De wereld wordt kleiner waardoor zelfs de meest afgelegen volkeren weten van het leven in de stad. Door de illusie van de rijkdom die men in steden denkt te vinden reist de inheemse bevolking vaak af naar grote stad. De meesters van de rimboe worden slaven van de nieuwe wereld en meegezogen in de wurggreep van het kapitalisme. Daardoor belanden ze vaak in criminaliteit en prostitutie. Wanneer ik, als stadsjongen, de rimboe intrek zonder de juiste begeleiders is de kans aannemelijk dat ik de wetten van de natuur niet overleef. Ondanks dat respecteer ik meer de wijsheid en kunde van de indianen die langer de essentie van ons oerbestaan zijn trouw gebleven. Het is mij meer dan duidelijk dat de boeddhistische spreuk “Geluk is niet weten wat geluk is” meer met intelligentie te maken heeft dan wat wij denken wat intelligentie betekend.
 
Marijn Poels
LEES MEER OVER HET WERK VAN VISSERS VOOR VISSERS Ministerie van VWS
 
4 MAART, IN PREMIERE Route 2015, de achtdelige documentairereeks rond de wereld
  Route 2015 | Reis mee met de makers van de documentairereeks door de meest bijzondere landen, culturen en leefomstandigheden. Samen met gepassioneerde en bevlogen Nederlanders, die elders in de wereld lokale initiatieven steunen, brengt deze achtdelige documentairereeks op toegankelijke, avontuurlijke en inspirerende wijze de grootste werelduitdagingen in beeld.

Laat je inspireren in deze, bijna twee en een half uur durende, reis rond de wereld.


BESTEL HIER KAARTEN OF BESTEL TELEFONISCH VIA NUMMER 0320 239 239 OM AANWEZIG TE ZIJN OP DE LANDELIJKE PREMIERE OP 4 MAART IN HET STADSTHEATER AGORA LELYSTAD (VOORVERKOOP 5 EUR, PLAATSEN BEPERKT)