|
|
|
|
|
 
 
 
 
Filmmaker Marijn Poels maakt in opdracht van COS Flevoland en Omroep Flevoland een reis om de wereld op zoek naar de acht grootste wereldproblemen. Op avontuurlijke, toegankelijke en soms indringende wijze brengt hij het werk van diverse organisaties in beeld, portretteert hij lokale bevolking en de hoop uit de derde wereld landen. Hij houdt een dagboek bij en beschrijft op filmische wijze zijn belevingen vanachter de camera.
 
 
Augustus 2011, Lahore

Gastvrijheid, corruptie, onderdrukking en hoop.
 
Lahore – Met een flinke kracht trekt het vliegtuig zich omhoog. Onder mij wordt het vredig Europese landschap steeds kleiner totdat we door het wolkendek stijgen en mijn nieuwe reis een feit wordt. Of ik er nu blij mee ben of niet. Er is geen weg meer terug. Ik ben onderweg naar Pakistan. Nou ja, enigszins maak ik me toch zorgen. De ambassade beoordeelde de situatie in Pakistan met een zorgelijke code 4. Niet essentiële reizen worden afgeraden. Vorige week nog telde ik 16 executies en één bomaanslag in het nieuws. Drie maanden geleden werd Taliban leider Binladen gedood in Abbottabad. Een plaatsje in de noordelijke provincie Khyber Pakhtunkhwa, op nog geen 30 kilometer van de plek waar ik uiteindelijk het eerste deel van mijn film ga maken. Een logisch vervolg daarop is dat de blanke buitenlander niet de meest populaire bezoeker is van het land. Wellicht de reden dat het vliegtuig waarin ik zit nog niet eens tot een kwart gevuld is. Ik verdruk de paniek in mijn hoofd door tijdens de vlucht een disney tekenfilm te kijken waar het einde van elk avontuur altijd goed afloopt. Dat helpt! Na vier avonturenfilms zet ik uiteindelijk zelfverzekerd en vastberaden voet op het warme asfalt van de luchthaven in Islamabad. Totdat ik me een dagblad van de stapel kranten grijp die pagina groot bloklettert: “Stop killing journalists”. De Disney moed ebt weer terug naar de werkelijkheid.
 
 
Op het toilet was ik mijn gezicht en praat mijn spiegelbeeld moed in dat mijn tweeweken baard mijn donkere ogen en haren, die mij enigszins een Pakistani uiterlijk geven, er zeker voor gaan zorgen dat ik weer ongeschonden terug zal vliegen. Ik reis dit maal zonder fotograaf om op een zo onopvallend mogelijke manier en zonder al te veel verantwoordelijkheid mijn werk te kunnen doen.

Sylvester Batthi, voormalig Pakistaanse vluchteling die zich vanaf 2006 inzet om de gezondheidszorg in de sloppenwijken van Lahore te verbeteren, verblijft al enkele weken in het noorden van Pakistan. Hem zal ik morgen ontmoeten. Zijn kameraad Shahnawaz staat me in alle vroegte op te wachten. Samen met nog een Pakistani proppen we mijn bagage in een oude roestige Peugeot en na enkele malen tevergeefs starten slaat de oude bak, niet bepaald geruisloos, aan. We vertrekken naar het hoge  noorden. Het is regenseizoen. De afgelopen dagen heeft het enorm geplensd. De hemelsluizen hebben open gestaan. De straten staan blank. Als de auto door een flinke plas water rijdt spat het water door een flink gat in de vloer van de wagen tegen mijn scheenbeen aan. Dat houdt me in ieder geval wakker.

 
Ik bereis het land tijdens de Ramadan. Openlijk eten, drinken en roken werd me vooraf al sterk afgeraden. Pakistan is een Islamitische republiek waarin maar liefst 95% van de bevolking streng moslim is. De overige vijf procent is Hindoe, boeddhist, sikhist of christen. De oude Peugeot waarin ik me bevind hoort overduidelijk bij laatstgenoemde percentages want het autootje blijkt te rijden op nicotine en drank. Nog voordat de zon de horizon beklimt komen we aan in de Noordelijke Khyber provincie waar ik moe op een provisorisch bedje plof.

Mijn verblijf de komende dagen is een berghut die op een 2100 meter hoogte ligt. Na een prima nachtrust sta ik op het balkon van de berghut en krijg ik een verassende panorama van het bergachtig gebied. Overal trekken de sierlijke wolkenpluimen als een mystieke scene aan me voorbij. De zonnestralen prikken hier en daar als lasers door de dunne bewolking waardoor het groene bergland plaatselijk op een fraaie wijze wordt belicht. Onder onze hut hebben zich een paar nomaden families gevestigd die op de groene bergwand hun tenten hebben gebouwd. Rechts van onze hut staat een tweeverdieping hoge krot langs een kabbelend bergriviertje. Ik besluit een portret te maken van de zigeuners beneden en daal met mijn bodyguard en gids met de oude Peugeot naar onder totdat we bij de drie tenten aankomen. Onder aan de weg staat een vijftal mannen met zelfgemaakte tapijten die worden verkocht aan passanten. Na een kort gesprek, handje geklap en enkele omhelzingen krijgen we toestemming van de mannen om hun nederzetting te filmen.
 
 
De vrouwen zijn bezig de hutjes en tenten te poetsen, een groepje kinderen knoopt innovatief een oud touw tussen twee bomen waarna het wordt gebruikt als schommel. Langs me loopt een wat ouder kind met zes schapen richting water. Ik volg de jongen met de schapen die de kleine kudde over de bergrivier naar een groene helling leidt. Bij de rivier word ik afgeleid door de twee etages tellende krot waar een drietal vrouwen met kinderen op het dak van het pand zitten. Mijn camera blijft gefocust op de drie vrouwen. Dan verschijnt er achter de drie vrouwen een oudere man getooid in een traditioneel fokeya kleed met een lange witgrijze baard. Ondanks dat ik op zo’n tweehonderd meter afstand aan het filmen ben kijkt hij recht in de camera. Ik schrik van zijn doordringende blik. Precies op dat moment trekt mijn bodyguard me aan mijn blouse naar achter waarna ik, niet al te gemakkelijk, achterover in het gras duikel. Met zijn steenkolen Engels probeert hij me, duidelijk in paniek, te waarschuwen. “Slechte mensen… niet filmen… we moeten gaan… Taliban”. Met twee handen maakt hij een schietend gebaar en fluistert “Ze zullen schieten… we gaan terug”.   

Met flinke stappen en sprongen proberen we met z’n drietjes zo snel als mogelijk beneden de berg te komen waar onze auto staat. Mijn hart pompt als nooit tevoren en koude rillingen lopen langs mijn bezwete lijf. We bevinden ons nog steeds in het zicht van de man op het krot die ik zojuist filmde. Enkel wat dunne bomen, die tussen ons en de man in staan, bieden een relatief beschermend gevoel. Eenmaal op de ‘verharde’ weg aangekomen springen we in ons autootje en na vijf vergeefse startpogingen lukt het uiteindelijk de zesde keer. Er wordt niet meer gesproken in het autootje totdat we weer bijna bij onze berghut zijn. “Soms heb je geluk… Soms heb je pech”, zegt de bodyguard met een opgeluchte stem en een zwetend voorhoofd.
 
 
Eenmaal in de berghut aangekomen zit ik samen met één van mijn gidsen op de rand van het balkon en vraag me af hoe het in hemelsnaam kan dat zo’n prachtig land in zo’n lastige situatie verzeild is geraakt.
 
 
In 1947 werd Pakistan na een bloedige strijd onafhankelijk van India en richtte een Islamitische republiek op. Rusland was geïnteresseerd in Pakistan en viel het land binnen. Diversen Islamitische guerrilla’s vormde een collectief om de Russen te verdrijven van waaruit de Taliban ontstond. Deze Taliban slaagde erin om de Russen buiten Pakistan te houden. Rusland kreeg sterke banden met India en gingen samen over tot het ontwikkelen van nucleaire wapens. Pakistan voelde de dreiging van de buurlanden en riep om hulp. Amerika hoorde de kreet en deed Pakistan het aanbod om hulp te bieden voor wat betreft veiligheid. In ruil daarvoor wilde Amerika de haven van Karachi gebruiken om gemakkelijk wapens, tanks en materialen vanuit Pakistan naar Afghanistan te kunnen vervoeren. Pakistan had geen keus dan acceptatie van het voorstel. Niet alleen de Amerikanen gebruiken het land als voorstation van Afghanistan, ook de Taliban gebruikt het hoge noorden als trainingsgebied waar guerrilla’s worden klaargestoomd om uiteindelijk te gaan vechten in hun buurland tegen het westen. Westerlingen in Pakistan worden door de ogen van de guerrilla’s gezien als Amerikaan en zijn niet welkom. Ontvoeringen, executies en bomaanslagen tegen buitenlanders zijn een ‘logisch’ gevolg van een wurgende geschiedenis. In de basis is het niet zozeer een strijd tegen religies maar een ordinaire strijd om land en macht. Op het moment dat niemand de strijd meer snapt wordt de politieke onduidelijkheid opgehangen aan religie van waaruit een extremisme is ontstaan die helaas niets meer met de werkelijkheid te maken heeft.
 
 
Na vier dagen filmen in het hoge noorden vertrek ik met Sylvester Batthi naar de 500 kilometer zuidelijker gelegen stad Lahore waar de Stichting Saviour’s Welfare in één van de achterbuurten van de tweede grootste stad van het land een gezondheidskliniek runt voor de allerarmste. Onderweg bezoeken we een klein dorpje waar Sylvester als kind vaker kwam en hij tijdens de watersnood in 2010  hielp met medische zorg. Het heeft zojuist weer geregend en de zandwegen, met aan beiden kanten een open riool, staan blank. In sommige straten loopt het riool over in het regenwater op de straat.

Op mijn slippers balanceer ik al filmend een weg door de nauwe gladde modderstraatjes. Met het linker oog houd ik, zover dat mogelijk is, het pad in de gaten. Ik ruik het stinkende pikzwarte riool. Exact op het moment dat Sylvester mij waarschuwt dat het glad kan zijn door de regen glij ik met mijn rechtervoet tot net iets boven mijn knie het kleffe inktzwarte riool in. In nog geen seconde staan  drie dorpsbewoners bij me die me bezorgd uit de smurrie trekken. Ik word naar een binnenplaats geleid waar een waterkraan staat en de vrouw des huize zich over mij ontfermt. Nadat ik van top tot teen gewassen ben door het vrouwtje wordt er een bed op de binnenplaats geschoven en een ventilator neetrgezet. Deze is met twee draadjes aan de loshangende stroombekabeling geknoopt. Het werkt. Een zesjarige jongen komt met mijn slipper aanlopen die in het riool is blijven steken en maakt mijn slipper schoner als nooit tevoren. Inmiddels lijkt het halve dorp op de binnenplaats te staan. Ik word met zoveel zorg behandeld alsof ik zojuist een vliegtuigcrash heb overleefd. Ze willen praten dat is duidelijk. Met de paar woordjes Engels die ze machtig zijn proberen ze een gesprek te beginnen. “Mijn naam is Mo… Hoe gaat het me U?… Komt u uit Amerika?... Vind je Pakistan leuk? Ik vind U leuk… Dit is mijn moeder…”. De gesprekken zijn niet diepgaand maar tegelijkertijd voelen ze intens en laten me ervaren hoe afgesloten het land en de bevolking is van de buitenwereld. En hoe gastvrij ze zijn. Zij vinden het prachtig dat er buitenlandse bezoekers zijn en willen kost wat het kost de bezoeker behagen, bevragen en aanraken. Tussen de menigte op de binnenplaats staat een man die een maand geleden zijn arm heeft gebroken, zo vertelt hij. Door gebrek aan eerste hulp of ziekenhuis is hij naar een vriend gegaan die de twee botten provisorisch, zonder pijnstillers, tegen elkaar heeft gezet. Vervolgens heeft hij het gespalkt met twee houten plankjes die hij, met wat gebruikt verband, heeft vastgebonden. Het dichtstbijzijnde ziekenhuis is twee dagen lopen en een behandeling kost teveel geld voor de plattelandsboeren, met vergroeiingen infecties tot gevolg.
 
 
De volgende dag komen we aan in de wijk Kaliq Nagar van de op één na grootste stad van Pakistan. De temperatuur is in één dag wel 18 graden gestegen vergeleken met het klimaat in de bergen. Het lijkt wel een wijk die net is beschoten. De fundering van de wijk staat nog enigszins overeind en de gekartelde muren maken de wijk tot een verwoeste en onaangename plek. Mensen lijken doelloos rond te lopen door de stoffige straten en hier en daar rijdt een lege ezelskar voorbij. Tussen de ruines verschijnt een mooi groen gekleurd twee etages tellend gebouw waarin Sylvester in slechts zes jaar tijd een school en gezondheidscentrum heeft weten op te bouwen. Ik kan mijn ogen niet geloven wanneer ik binnentreed in een prima verzorgde school. Jonge leraren geven hier les aan de kinderen van de wijk. In het gezondheidscentrum is het een drukte van jewelste. Vrouwen en kinderen wachten in de speciaal gemaakte wachtkamer om bij doktor John hun problemen voor te leggen. Eén van de kamers hebben ze omgedoopt tot een apotheek met apotheekassistent die gratis medicijnen verstrekt op recept van de doktor. De schone operatiekamer, rustkamer en een kamer voor bevallingen laten me verbazen hoe de voormalig vluchteling dit vanuit Nederland heeft klaargekregen in zo´n korte tijd.
 
 
Samen met Sylvester en een gewapende bodyguard aan onze zijde lopen we over de zandwegen van de wijk. Langs me krijg ik een surrealistisch beeld van een verwoeste binnenplaats waar een grote trampoline staat op een klein stukje gras. Een zestal kinderen springt en speelt onbevangen op en rondom de trampoline. Heftig om te ervaren dat kinderen in deze wijk opgroeien met wapens en pistolen, met onderdrukking en straffeloosheid. Een kind zal zich zelf wel ontwikkelen maar de situatie waarin het zich begeeft bepaald de ontplooiing én de kansen. Je hoeft geen geleerd pedagoog te zijn om te zien dat de opvoeding en toekomst van een kind in de wijk Kaliq Nagar meestal wordt meegezogen in de neerwaartse spiraal waarin deze bevolking al decennia zit. De vraag komt in mij op of het überhaupt wel zin heeft in deze wijk iets te doen? Zijn de mensen niet al veel te lang blootgesteld aan corruptie, overleven, onderdrukking en uitzichtloosheid dat het hun cultuur is geworden? Staan deze mensen te wachten op hulp en ontwikkeling en investeren in een toekomst die voor hun niet of nauwelijks zichtbaar is?

Sylvester Batthi valt me aan op mijn stelling en is van mening dat je niet moet proberen een hele cultuur te veranderen. Maar kleine beetjes van die neerwaartse spiraal proberen om te buigen door basale zaken als educatie en gezondheidszorg is de eerste stap. Wanneer de basis wordt aangepakt, er bewustzijn en inzicht komt ontwikkelen die paar spiralen zich naar boven. Je kunt geen olietanker die met 120 knopen aan komt stormen ineens 180 graden draaien, maar je kunt hem langzaam laten buigen totdat hij uiteindelijk de juiste weg berijdt. Morgen zal het niet beter zijn maar de hoop naar een beter leven is al een toekomst die het vechten waard is.
 
Marijn Poels
 
Tijdens deze reis kreeg Poels vanuit de Pakistaanse organisatie "The Voice Of Peace" voor zijn werk een onderscheiding voor de vrede LEES MEER>>
 
LEES MEER OVER HET WERK VAN STG.The Saviour's Welfare Ministerie van VWS