|
|
|
|
|
 
 
 
 
Filmmaker Marijn Poels maakt in opdracht van COS Flevoland en Omroep Flevoland een reis om de wereld op zoek naar de acht grootste wereldproblemen. Op avontuurlijke, toegankelijke en soms indringende wijze brengt hij het werk van diverse organisaties in beeld, portretteert hij lokale bevolking en de hoop uit de derde wereld landen. Hij houdt een dagboek bij en beschrijft op filmische wijze zijn belevingen vanachter de camera.
 
 
Augustus 2011, Lahore

"Manilla... het klonk zo exotisch"
 
Filipijnen – Na twee weken het ruwe Pakistan ondergaan, heb ik me gisteravond, na mijn aankomst in Manilla, een moment van verzorging gegund. Eerst mijn vier weken lange ‘Pakistaanse’ baard geschoren, die inmiddels aanvoelde als een bezem tegen mijn kin. Vervolgens een uitgebreide frisse douche. Een vertrouwd gesprek met fotograaf Jan Janssen, die al in de Filippijnen aanwezig was, zette me weer helemaal terug op aarde. Ik voelde me weer opgelucht, veilig en schoon. Nog geen tien uur later staat van dat schone gevoel werkelijk niets meer overeind.
 
 
Ik sta voor Smokey Mountain, de grootste vuilnisbelt van het land met maar liefst twee miljoen ton aan afval. Deze berg staat bekend dat het afval spontaan fermenteert bij zulke hoge temperatuur dat het vlam vat, waardoor het zijn inmiddels beruchte, naam heeft gekregen. Al in de jaren tachtig trok de Smokey Mountain arbeidsloze families uit het hele land naar deze plek. Ze dachten daar veel geld te verdienen in het kader van recycling en uit deze immense belt ‘bruikbare’ zaken zoals plastic, koper, ijzer en stof te pikken. Het wordt gerecycled en verkocht. Het levert uiteindelijk een handvol geld op om net een armoedig bestaan te leiden. De meeste families vestigen zich permanent langs Smokey Mountain. De hutjes worden gebouwd van golfplaat, oude houten platen die men met ijzerdraad aan elkaar verbindt. Naar schatting leven er dertigduizend mensen in en rondom de twee ton vuilnis. Leven in een onvoorstelbare troep!

De rokende berg breidde zich uit. Het was een doorn in het oog van de overheid. Die sloot vervolgens de vuilnisbelt en vestigde alle inwoners van de krotjes in tijdelijke huizen langs de vuilnisbelt in de hoop dat de mensen langzaam zouden integreren in de maatschappij. Uiteindelijk was het plan om deze mensen te laten verhuizen naar een permanente woning. Echter… vuilnis bleef bestaan en een nieuwe vuilnisbelt opende zich al snel naast de voormalige Smokey Mountain. Mensen trokken naar de nieuwe plek en de bewoners van de tijdelijke en vaste woningen gingen, door het gebrek aan werk, weer aan de slag met het recyclen van vuilnis. Het ooit goed bedoelde plan van de overheid heeft zich vandaag de dag ontwikkeld tot een uitbreiding van het probleem.
 
Honderden mensen kruipen al aasgierend over het vuil om er waardevolle materialen uit te pikken. Ze springen op een stuk plastic alsof er een klomp goud wordt gevonden. Met flinke haken als werktuig prikken de kinderen, niet geheel veilig, de waarde uit de puin. De onprettige rook uit de smeulende berg bedekt de omgeving als een laaghangend mistdek. De “biobakkengeur”, stinkende en prikkende rook en het sociaal schrijnend beeld maken deze plek tot een plaats waar je eigenlijk helemaal niet wilt zijn. En al helemaal niet waar je vijf volle dagen wilt filmen.
 
 
Voordat ik voet zet in de hel van Manilla zucht ik een paar keren diep. Manilla… het klonk zo exotisch. Ik kijk om me heen en observeer de bende. De oudste die ik in één oogomslag kan zien schat ik in de leeftijd van 40. Ik volg de man voor een minuutje. Met een flink gevulde linnen zak sjokt hij nogal ongemakkelijk richting de modderige zandweg. Hij ziet eruit alsof hij zojuist uit een diepe mijn is gekropen. Zijn gezicht is pikzwart, zijn kleren gescheurd en hij schuifelt met de zak op zijn rug  voorwaarts. Ongegeneerd stapt hij blootsvoets door de vieze waterplassen van de zandweg waarin een half rottende hond zijn laatste rustplaats heeft gevonden. Wanneer deze man hier veertig is geworden dan moeten de vijf dagen voor ons geen probleem opleveren.

We lopen wat rond door de sloppenwijk en rondom de vuilnisberg om een poging te doen om de sfeer met de camera in beeld te krijgen. Soms heb je plekken op aarde die je nauwelijks kunt beschrijven om een werkelijk beeld neer te zetten van de plaats waar je bent. Dit is zo’n plek. Het heeft de afgelopen nacht geregend en de zandpaadjes staan blank. Kinderen pikken links en rechts het vuilnis van het pad en nemen het mee in de zak op de rug. Links en rechts passeren stapvoets bakfietsen die beladen zijn met gebruikte planken. Vuilnis krijgt steeds minder waarde en daardoor heeft men een nieuwe bron van inkomsten verzonnen; het maken van houtskool. Houtskool wordt in het hele land gebruikt bij het koken van eten en is de meest goedkope manier van energie.
 
Het hout wordt verzameld tussen de vuilnis en op een hoop gestapeld. Vervolgens wordt het aangestoken en leggen de mensen er een laag zand overheen. Op deze manier smeult het hout enkele uren en ontstaat er houtskool. Een prima werkend systeem waarmee de mensen meer verdienen dan met het recyclen van plastic, koper en ijzer. Maar zeer zeker niet de meest hygiënische baan. De rook uit de verschillende smeulende bergen trekt als een dik pak door de sloppenwijk. Na een minuut op deze plek voel ik de rook in mijn longen prikken en mijn ogen raken zo geïrriteerd dat het kijken door de camera voelt alsof er een gesneden ui in mijn zoeker ligt.

Het zijn vooral jonge kinderen van kleuters tot vijftien jarige die het werk verrichten en van ’s morgens tot ’s avonds, dag in dag uit de venijnige rook moeten trotseren voor een paar cent per dag.
 

 
De kinderen zien er vies en onverzorgd uit. Hun lijfjes, gezichten, handen en voeten zijn pikzwart. Veel kinderen zijn ondervoed en hebben infecties. Maar de familiare druk is blijkbaar zo hoog dat niemand daar grote problemen in ziet. Er zal op de één of andere manier eten op tafel moeten komen. Tegenstrijdigheid alom wanneer de mannen onder de afdakjes hun prioriteiten hebben gelegd in de sterke drank en trots de glaasjes alcohol in één teug naar binnenwerken. Het machogedrag versterkt wanneer ik bij hun aanschuif aan de ‘kaarttafel’. De dertigers verhogen het niveau van drinken om indruk te maken. Drank is de uitweg voor velen met de wetenschap dat de glazen alcohol je na een tijdje doen vergeten wie en waar je bent. En dat is precies wat je wilt wanneer je hier woont en werkt, al trekt de alcohol en de alcohol drinkende man het gezin meer en meer de afgrond in.
 
Na twee dagen filmen raak ik lichtelijk in een shock door het gebrek aan hoop die hier werkelijk nergens te bekennen is. Het is alsof ik de afgelopen twee dagen heb rondgelopen in een wereld waar een grote ramp de mensheid bijna helemaal heeft uitgeroeid en de weinig overlevende de laatste beetjes energie en voeding uit de aarde halen. Toekomst kan niet meer bestaan omdat het einde al is bepaald. De enige hoop die de mensen hier hebben is dat ze proberen iets langer te leven dan vandaag.
 
 
Ondanks de tragiek en de harde wereld zie ik moeders hun kinderen vertederend groot brengen met dezelfde liefde en warmte als waarmee ik ben groot gebracht. De vrouwen wassen hun kleding, poetsen hun krotjes en richten de paar vierkante meter die ze bezitten gezellig in. Het zijn geen kille gezinnen maar hartelijke , gastvrije mensen met diezelfde gevoelens van vreugde, liefde, hoop en verdriet als wij. Met een instelling die we in het westen al lange tijd verloren zijn. Men vecht samen om er ondanks alles het beste van te maken. Kapitalisme creëert individualisme en armoede creëert saamhorigheid. Een grotere paradox kan ik niet bedenken maar ergens tussen die twee werelden zouden we moeten staan, al weet ik niet of de mensheid daar ooit zal komen.     .
 
We zijn uitgenodigd in een kinderopvangtehuis dat midden in de vuilnisbelt staat. Dit gebouw is neergezet door de organisatie Young Focus, opgericht door de Nederlander Paul van Wijgerden. Hij is voorgoed naar Manilla geïmmigreerd, om de bewoners van Smokey Mountain steun te geven om uit deze extreme armoede te geraken. Samen met de uit Almere afkomstige Erika Kraster, die vanuit Nederland Young Focus financieel ondersteunt, loop ik naar binnen. Met één voet over de drempel van het gebouw treed ik een fata morgana binnen. Een netjes en leuk ingericht huisje waarin een viertal baby’s in kleine hangmatten gemoedelijk op en neer schommelen, andere baby’s spelen met speelgoed of worden door de begeleiders vertroeteld. Het gebouw is speciaal ingericht om ondervoede baby’s een acht maanden programma aan te bieden waarin ze kunnen aansterken. Ook de moeders worden intensief begeleid in het programma. Eenmaal in de week komt er een arts op vrijwillige  basis spreekuur houden waarin de meest zwakke kinderen worden onderzocht en zo nodig behandeld.
 


Tegenover de kinderopvang staat een vervallen hutje wat dienst doet voor het ‘Love to Learn-project’ waar kinderen van de vuilnisbelt op spelende wijze in aanraking worden gebracht met onderwijs. Doel is om kinderen enthousiast te maken voor onderwijs en ze verder te begeleiden naar basisonderwijs en zelfs beroepsonderwijs. Dat vertelt Erika Kraster trots. Young Focus is succesvol, dat blijkt. Momenteel breidt de organisatie zich uit middels het bouwen van een multifunctioneel centrum waar het ‘love to learn-project’ in de toekomst moet gaan draaien. Het centrum bevindt zich net iets buiten het zicht en reukveld van de Smokey Mountain, waardoor de kinderen even echt weg zijn van de vuilnis. Ook zal het vier etages tellende centrum gaan dienen als computer/kenniscentrum, bibliotheek, activiteitencentrum en als kantoor voor de sociaal werkers en team. Een kind uit de ‘hel van Manilla’ komt hier in dit centrum letterlijk in het paradijs met de juiste begeleiding. Deze kinderen krijgen hier de gelegenheid om hun talenten verder te ontwikkelen. De kinderen worden financieel ondersteunt door sponsorprojecten waarin donateurs maandelijks een bijdrage betalen aan een kind van Smokey Mountain. Daardoor kunnen de kinderen onderwijs volgen en uiteindelijk de kansen krijgen voor een baan.  Er is dus toch hoop op Smokey Mountain!
 
Ik loop door één van de nabijgelegen flatgebouwen. Een vijf etages tellend gebouw waarin elke etage is opgedeeld in kleine hokjes van vier bij drie meter. Daarin wonen ook gezinnen die werken op de vuilnisbelt. Het gebouw ziet eruit alsof het een kernramp en oorlog tegelijk heeft moeten doorstaan. In het midden van het gebouw loopt een klein pad in de lengte door het gebouw die de etages in twee gedeelte splitst. De balkons links en rechts hangen vol met drogende was, tientallen stroomkabels hangen als een wirwar in de lengte door elkaar en sommige kabels zijn gebroken en hangen open en bloot op de natte grond. Knappe elektricien die hier een stroomstoring kan repareren. Kakkerlakken, zo groot als mijn duim, vliegen geregeld tegen mijn blouse aan waarna ik ze met een schrikbeweging tegen de grond kapot sla. Langs de muren ligt afval… veel afval! Vermagerde honden snuffelen door de afvalbergen en af en toe trekken ze er iets “eetbaars” uit. De stank is een combinatie van verbrand vlees, rottend groenafval, urine en doorgebrande printplaten. Het beeld wordt helemaal surrealistisch wanneer er een kleine duwkar in mooie fel geschilderde kleuren aan ons voorbijtrekt die heerlijke popcorn verkoopt. Met een kleine handbel maakt de popcorn verkoper  zijn aanwezigheid duidelijk. Alsof de verkoper van het karretje in een volstrekt verkeerde scene is terecht gekomen en hijzelf als een ervaren acteur zijn rol speelt.
De werkelijkheid leert me dat Young Focus zulke ‘eetkarren’ inzet bij families die nog niet rond kunnen komen omdat hun kind op school verblijft. De ouders krijgen een eetkar aangeboden waarmee ze eetwaren kunnen verkopen aan de bewoners van Smokey Mountain. Hiermee zullen ze velen malen meer verdienen als het werk in de vuilnis. En dankzij de opbrengst van de eetkarren kunnen de kinderen blijven studeren. Ook aan de vader van Julius heeft Young Focus een eetkar aangeboden waarmee hij de straat op kan om zijn zoon niet meer naar de vuilnisbelt te hoeven sturen. Succesverhalen zijn er dus wel en geven me eindelijk een gevoel van hoop wat ik op deze plek zelf nooit had kunnen verzinnen.

Ik wil op het dak van het gebouw een overzicht maken van de Smokey Mountain en loop via een verpauperd trappenhuis naar boven. Eenmaal boven krijg ik een totaalplaatje van het geheel. Op de voorgrond de permanente woningen met linksachter de gigantische vuilnisbelt en rechtsachter de plek waar mensen zich rondom de vuilnis hebben gevestigd in bouwsels die de benaming krot nog niet eens verdienen. Een dichte rookwolk van de houtskoolverbranding trekt langzaam omhoog. Eén gigantische omgeving waar men op, met en van de vuilnis leeft. Op het dak denk ik nog eens aan het verhaal van Julius. Young focus is in staat enkele individuen echt van de vuilnis af te krijgen maar het probleem Smokey Mountain blijft bestaan.

Een druppel op de plaat? Nou ja misschien wel, maar ik geloof in het helpen van individuen. Het creëren van kleine succesverhalen. Een bewijs naar de overheid om te laten zien dat deze mensen het vechten waard zijn. De overheid heeft uiteindelijk de taak om de gloeiende plaat af te koelen in de strategie van de kleine succesverhalen en zo grote stappen maken richting menselijkheid.
 
Marijn Poels
LEES MEER OVER HET WERK VAN STG. YOUNG FOCUS Ministerie van VWS