|
|
|
|
|
 
 
 
 
Filmmaker Marijn Poels maakt in opdracht van COS Flevoland en Omroep Flevoland een reis om de wereld op zoek naar de acht grootste wereldproblemen. Op avontuurlijke, toegankelijke en soms indringende wijze brengt hij het werk van diverse organisaties in beeld, portretteert hij lokale bevolking en de hoop uit de derde wereld landen. Hij houdt een dagboek bij en beschrijft op filmische wijze zijn belevingen vanachter de camera.
 
 
November 2011, Malindi

Clichés, Al Shabaab en Afrikaanse eerlijkheid.
 
Kenia – Het is snikheet. 37 graden met een luchtvochtigheid van 94%. Ik zit achter op de brommer van “Captain”, die ik deze naam heb gegeven na een aantal pogingen zijn Afrikaanse naam tevergeefs te onthouden. Met een aangename snelheid en de hete saunawind, die als een natuurlijke airco door mijn bezwete blouse waait, trekt het clichébeeld van Afrika prachtig aan me voorbij. De stoffige smalle zandpaadjes banen zich al slingerend een weg over de uitgestrekte vlaktes van de kustregio in Kenia. Een flinke stofwolk laat een sierlijk spoor achter van onze route. Hier en daar rijden we om een immense olifantenboom heen die de oudheid van die plek nog eens sprookjesachtig accentueert. Links en rechts schieten de, bijna hysterisch, rennende kinderen van achter de lemen hutjes vandaan om de westerling toe te schreeuwen. “Muzungu, Muzungu!!” (blanke, blanke).
 
 
Ondanks dat de kuststreek van Kenia een toeristisch paradijs is met een kraakheldere zee,  gastvrije mensen en waar de ressorts zijn uitgebouwd met zwembaden en  fitnesszalen, is het verdacht rustig in het stadje. Het Keniaanse leger verklaarde deze week de oorlog aan de terroristische organisatie Al-Shabaab. Zij beschuldigen de organisatie van ontvoeringen van westerse toeristen en medewerkers van hulporganisaties een kleine week geleden. Twee dagen eerder begon Kenia met luchtaanvallen op posities van Al-Shabaab in het zuiden van Somalië op een 150 kilometer van ons vandaan. Het nabije stadje Malindi is rustig. Op een enkele militaire colonne na, die door het stadje rijdt richting de Somalische grens, merken we weinig van de dreiging.     

Het is laat in de namiddag en we stoppen de brommers in een plattelandsdorpje met slechts 10 tot 12 hutten. Het landschap is glooiend en de laaghangende zon zorgt voor een subtiel strijklicht over de begroeide heuvels. Achter enkele lemen hutjes op een heuvel horen we trommels en gejuich. We lopen er op af. Op een kleine binnenplaats is de ‘dorpsband’ aan het oefenen. Het is een prachtig gezicht.  Drie grote “Doundoun trommels” , gemaakt van boomstammen, aan beide zijde bespannen met koeienhuid, zorgen voor de ritmische basis. Daarnaast zit een man geïmproviseerd op een opgerolde golfplaat een wat sneller tegen ritme te slaan. Afwisselend zingen de muzikanten Afrikaanse melodieën. Dan verschijnen er twee dansende vrouwen vanachter een hutje. Beiden een bescheiden verentooi op hun hoofd en een witte lap die ze als “minirokje” over hun normale kleding dragen. Al huppelend en schuddend met hun torso dansen ze blootsvoets in het stoffige zand op het ritme van de band. Enkele seconden later verschijnt er op een wat agressievere manier het opperhoofd van de dans uit het hutje. Met ontbloot gespierd bovenlijf, een flinke verentooi op zijn hoofd, een dierenvel over zijn rug hangend waarin enkele pauwveren zijn gestoken, domineert hij het spel. In tegenstelling tot de vrouwen die lieflijk het ritme dansen haalt het opperhoofd alles uit de kast om indruk te maken. Zijn ogen staan wijd open alsof hij in een trance  verkeert.
 
 

 
Ik ben in Kenia om een verhaal te maken over gender gelijkheid. Een lastig thema. Het speelt zich vooral af onder de oppervlakte van de kleurrijke Afrikaanse cultuur en minder in het zicht van mijn camera. Het tweede lastige is dat deze ongelijkheid is geïntegreerd in eeuwenoude sociaal-culturele en politieke systemen waar men niet al te gemakkelijk van los kan komen. De vrouwenemancipatie in Afrika is al ongelooflijk verbeterd in de loop der jaren. Ondanks dat landen als Zuid-Afrika en Lesotho zelfs nog beter scoren op de Global Gender Gap (Lijst die ieder jaar wordt opgesteld door het World Economic Forum) dan Nederland heerst er in veel Afrikaanse landen nog een taboe op dit thema. Vrouwen zijn het bezit van de man, hebben geen recht hun mening te uiten en krijgen veelal geen gelijke beloning, stemrecht of seksuele vrijheid. En dat is jammer want juist de vrouwen hier zijn de creatievellingen. Zij zorgen voor het gezin, het huishouden, bereiden het eten, werken daarbij nog op het land en zijn vaak de sociale verbinding in een gemeenschap. Dat wordt me weer eens duidelijk wanneer we bij drie werkende vrouwen onder de boom aanschuiven. Twee van de vrouwen stampen met flinke bamboestokken de geoogste maïs tot pap. In een ritmische samenwerking slaan ze om beurten de stok in de smalle houten kom maïs. Dat doen ze met een kracht en uithoudingsvermogen waaraan ik na dertig seconden al zou bezwijken. Als geoliede machines slaan ze onafgebroken met een ogenschijnlijk gemak de substantie tot pap. De kinderen helpen mee en de baby’s deinen op het ritme van de slagen in de draagdoek mee.
 
Eenmaal aangekomen in het stadje Malindi stap ik samen met fotograaf Ruud Lenssen en Corien Norder, die in het nabijgelegen dorpje Mtangani een vrouwenproject ondersteunt, over in een Riksja. Net voordat we aankomen in het dorpje rijdt de driewieler stapvoets langs een man die op de grond ligt. Zijn gezicht is bebloed en zijn lichaam geeft ongewone stuiptrekkingen. Het ziet er niet best uit. Niemand zegt wat en de chauffeur rijdt stapvoets en negeert de man. Ruud en ik kijken de bebloede man enigszins medelevend na. “Moeten we niet even stoppen?”, vraagt Ruud.

Beiden voelen we ons gewetenloos maar beseffen dat het beter is door te rijden. Nog lichtelijk verbouwereerd stappen we na aankomst in Mtangani uit de riksja.
 

 
Het is een authentiek Afrikaans dorpje waar, verspreid van elkaar, hutjes staan met lemen muren en strodaken. De hutjes verbinden elkaar door kronkelige zandpaadjes. Tussen de hutjes groeien maïs, kruiden, bananen en hier en daar rijzen de reuzen baobab bomen als meesters van de bomen boven het dorpje uit. De afgelopen week heeft het dagen achter elkaar geregend waardoor het dorpje ons prachtig groen en bloeiend verwelkomt. Maar het kleurrijk en vredige beeld is  slechts een romantische parodie van de werkelijkheid. Het is geen gemakkelijk bestaan in Mtangani. Door het verbouwen van maïs en fruit probeert men zelfvoorzienend te zijn. Door lange droogtes of juist overmatige regen is het de stabiliteit verloren. De mannen werken met hun brommertjes veelal als taxi en de vrouwen proberen, buiten de zorg van het gezin, een handeltje op te zetten met het verkopen van vis op de kleine markt. Marges zijn er niet. Als er iets financieel fout loopt gaat het gezin ten onder.
 
Corien Norder helpt al enkele jaren de Italiaanse ontwikkelingswerkster Renata Castagna die in het dorpje Mtangani sinds jaar en dag de bevolking ondersteunt. Met name de vrouwen. Zij hebben de mogelijkheid om een lening te krijgen van omgerekend 100 Euro waarmee ze een eigen bedrijfje kunnen beginnen. Ondanks het feit dat de leningen niet altijd afbetaald kunnen worden door familieomstandigheden of een mislukte oogst. Dat is volgens de Italiaanse niet zorgelijk. “Het gaat er juist om dat de vrouwen in dit dorp de mogelijkheid krijgen om iets op te bouwen. Dat zou twintig jaar geleden niet denkbaar zijn”, vertelt ze. Niet alleen Renata is daar van overtuigd. Ik spreek met Gabriel Suma, een jongen van 30 jaar die in Mtangani woont. Hij is er van overtuigd dat dit microkrediet project voor vrouwen veel heeft betekend voor de positie van de vrouw. “Zowel mannen als vrouwen zijn vanuit de Afrikaanse cultuur opgegroeid met het idee dat de vrouw eigendom is van de man” vertelt Gabriel. ”Dat is al generaties onze cultuur. Dat wil niet zeggen dat onze cultuur slecht is maar er schuilen bepaalde gedachtes in die we beter vaarwel kunnen zeggen. Onze cultuur kan daarmee blijven bestaan, maar we halen die gebruiken eruit die niet in het voordeel zijn van de ontwikkeling van een gemeenschap”. Gabriel vertelt dat door het project er meer financiële zekerheden zijn ontstaan en de vrouw een belangrijkere positie heeft ingenomen binnen de gemeenschap. “Als de man ziek is kan de vrouw nu blijven werken om te zorgen dat de opleiding van de kinderen en het eten gewoon doorbetaald worden. Dat was eerst niet het geval”.  Hij geeft toe dat het niet gemakkelijk was de oude gebruiken vaarwel te zeggen maar het dorpje is langzamerhand het voordeel ervan in gaan zien.
 
 
Na een verhelderend interview besluiten Ruud en ik wat sfeerbeelden te maken van het dorpje zelf. Op het moment dat we opstaan kijken Ruud en ik elkaar aan “Waar is het statief?” vraag ik. “Ai, die ligt nog op de achterbank van de Riksja!” Omdat we nog met onze gedachten bij de halfdode man waren zijn we uitgestapt en hebben niet meer aan het statief gedacht. Wat nu? Zonder statief wordt het lastig voor me de beelden te maken die ik voor ogen heb. Het voordeel is dat de kans groot is de statief nog op de achterbank van de driewieler ligt. Nadeel is dat er misschien wel duizend riksja´s door de stad rijden. “Was het een groene of een blauwe Riksja?”
Dan komt ´Captain´ op zijn motortje aangereden. Ik vertel hem het verhaal en met een bepaalde utopie stelt hij ons gerust. “ Geen probleem, ik ga het verhaal verspreiden in de stad”. Verkwistend geeft hij gas op zijn brommer richting de duizenden Riksja´s. Met niet heel veel vertrouwen in de woorden van ´Captain` besluiten we toch verder te gaan en zullen we de klus moeten klaren zonder statief.
 
 
We zijn uitgenodigd bij een vrouw, midden veertig, die aan de rand van het dorpje woont en de penningmeester is van het Mikro krediet project. In haar lemen hutje beheert ze de kas van de stichting. Gemakkelijk heeft zij het niet. Weduwe en moeder van vier kinderen waarvan er twee tijdens een malaria-aanval gehandicapt zijn geraakt. Haar eigen waterproject, waarbij ze waterleiding bij haar hutje heeft laten aanleggen en per liter doorverkoopt aan de inwoners, draait niet zo best. Door de aanstaande verkiezingen is de Keniaanse Shilling behoorlijk omhoog geschoten waardoor de prijzen de top bereiken. Daarbij hebben haar twee dochters extra zorg nodig. Haar huisje ziet er van de buitenkant nogal romantisch uit. Maar schijn bedriegt: het huisje heeft twee vertrekken waarin alles gebeurt. Er hangt een sterke urinegeur en één van haar gehandicapte dochters zit in een donkere kamer naar de donkergele lemen wand te staren. Elk half jaar komt Renata bij haar op bezoek. Dan controleren ze samen de geldpot van de stichting, die ergens in haar hutje wordt bewaard. “Nog nooit is er een cent verdwenen”, vertelt Corien duidelijk geraakt door haar situatie. Vanachter de camera vraag ook ik me af hoe sterk je in je schoenen moet staan om in haar situatie hoop te blijven houden. Alleenstaand, te weinig inkomen en daarbovenop nog eens twee gehandicapte kinderen. Alsof dat nog niet erg genoeg is staat er een flinke pot geld in je hutje waar je elke dag kwijlend tegenaan kijkt. Al zou ze er geld uitpakken in haar situatie, dan zou ik daar vrede mee hebben, maar ze doet het niet… Ik sta perplex van de eerlijkheid.
 
Corien en de penningmeester praten voor haar hutje met elkaar. Een prachtbeeld wat ik probeer te registreren. Doordat ik geen statief heb ga ik op de grond liggen en door mijn elleboog op de grond te plaatsen ligt de camera stabiel in mijn hand. Ik blijf filmen. Het beeld is fantastisch de reuk  minder. Ik word bedwelmd door een stevige geur van ontlasting. Ik probeer het te negeren en blijf filmen totdat Gabriel, die langs me staat, me omhoog helpt en me wijst op het feit ik met mijn elleboog in verse uitwerpselen lig.
 
 
 
Wanneer we in de namiddag op het terras voor het huis van Renata zitten komt er een groene Riksja voorbij die aan de voorkant van het huis stopt. We springen met z’n drieën op en rennen naar de poort. De chauffeur stapt glimlachend uit met in zijn handen mijn statief. Vol ongeloof en respect neem ik mijn statief aan van de Riksja chauffeur. Ik geef hem het verdiende vindersloon en zit ‘savonds, getroffen door de Afrikaanse eerlijkheid, in mijn hotel te bellen naar een vriend in Nairobi. “Zijn jullie veilig, is alles okay?” vraagt hij in verband met de oorlog in het noorden. Hij is blijkbaar erg bezorgd.  

“Ja hoor”, zeg ik hem “Hier merken we niets van een dreiging, sterker nog ik vind het fijn om hier te zijn”.
 
Marijn Poels
LEES MEER OVER HET WERK VAN MTANGANI Ministerie van VWS