|
|
|
|
|
 
 
 
 
Filmmaker Marijn Poels maakt in opdracht van COS Flevoland en Omroep Flevoland een reis om de wereld op zoek naar de acht grootste wereldproblemen. Op avontuurlijke, toegankelijke en soms indringende wijze brengt hij het werk van diverse organisaties in beeld, portretteert hij lokale bevolking en de hoop uit de derde wereld landen. Hij houdt een dagboek bij en beschrijft op filmische wijze zijn belevingen vanachter de camera.
 
 
Juli 2011, Londen

Regisserend en relativerend in een prachtige stad waar ik niet wil zijn.
 
Londen – Ik schrijf momenteel in een L-vormig kamertje waar enkel een eenpersoonsbed, kleine klerenkast en drie bezems tegen een tiental opgestapelde plastic emmers staan. De deur gaat slechts half open en enigszins balancerend te midden van het poetsspul moet ik me door de smalle opening tussen kast en muur wringen om uiteindelijk op bed te kunnen ploffen. Op de klerenkast is nog net 40 cm ruimte om mijn cameratas neer te zetten. Voor mijn bed heb ik gelukkig een relatief groter raam dat ik open kan zetten. Ik kijk uit op de Princess square in de Londense wijk Nothing Hill. Het is hartje zomer en alle hotels waren gisteren volgeboekt. Na mijn noodsituatie te hebben uitgelegd kreeg ik uiteindelijk voor maarliefst 137 Pond per nacht deze ‘suite’ aangeboden.

Gisteren vertrokken we vanuit Amsterdam via Londen, Mumbai naar Bhubaneswar. Samen met mijn fotograaf Ronald, assistent Marlies en Carel van Stichting Mens en Mangrove gingen we ons derde avontuur in. Het verhaal stond in het teken van het behoud van de mangrove habitat en hoe inheemse bevolking hier mee omgaan. De reis verliep anders dan verwacht.
 
 
Na de ruim acht uur durende vlucht van Londen naar Mumbai word ik bij de douane eruit geplukt. De douanier in kwestie bekijkt me enkele malen streng aan en vraagt me herhaaldelijk mijn naam te spellen. Dan haalt de autoritaire grenswachter er iemand bij. Het twee koppen kleiner Indisch mannetje met een jaren tachtig snorretje van de CSI Mumbai staat tegenover me. Hij zegt niets en zijn gemene ogen die mij net onder zijn baret door aankijken vertellen me de ernst van mijn situatie. Minachtend knikt hij met zijn hoofd waarop ik mee moet lopen naar een apart kamertje zo’n twintig meter verderop. Er wordt niet gesproken totdat hij plaats neemt in zijn grote leren draaistoel. Ik moet plaatsnemen aan de andere kant van een grote donkerhouten tafel tegenover hem. Een bizar verhoorspel volgt. Ondanks dat ik me er van bewust ben dat ik me niet uit de kast moet laten halen vraagt mijn zelfbeheersing meer van mij als ooit te voren. Na enige tijd wijzigt de chef van Immigratie overduidelijk zijn vraagtactiek en begint op een dreigendere manier vragen te stellen. Af en toe gaat hij staan en met een wijzend vingertje domineert hij het kamertje. Er is een groot probleem, dat is duidelijk, maar wat dat probleem is wordt me niet verteld.

Fotograaf Ronald wuift vanachter het glazen raam dat we moeten opschieten omdat we onze connectievlucht dreigen te missen. Ik vraag aan de beambte of ik kan gaan omdat mijn vliegtuig naar Bhubaneswar klaar staat. Met een kille blik kijkt hij me aan “Je vrienden mogen gaan maar jij niet, jij vliegt met dezelfde vlucht terug naar London”. En zo geschiedde het. Op een dikke 7000 kilometer van mij vandaan zitten Ronald, Carel en Marlies in de Indiase deelstaat Orissa met als doel een film te maken. Zonder filmmaker welteverstaan.

 
Terwijl ik hier in London tegen de hoogste bureaucratische muren vecht om proberen zo snel als mogelijk terug te vliegen en de reden van mijn weigering te achterhalen wordt de creativiteit van het drietal in India net zoveel op de proef gesteld dan het mijne. Ze hebben in korte tijd een lokale cameraman weten in te huren en we spreken af, voor zo lang het duurt, de reis en het plan te continueren waar ik op afstand per mail en telefoon de crew regisseer. Ondanks het feit dat ik vertrouwen heb in de inhoudelijke kennis van Ronald, die al meerdere malen met me meereisde, het project en de inbreng van Carel, voelt het alsof er wordt vreemdgegaan met mijn werk. Met de tientallen technische en inhoudelijke mails die ik stuur vanuit Londen gaat het drietal samen met de Indiër Sanjay Khatua aan de slag.
 
 
Sanjay is onderzoeker van de Indiase organisatie DHARA en zet zich met name in voor het behoud van de mangrovehabitat. De deelstaat Orissa grenst aan de Bengaalse Baai met een 480 kilometer lange kustlijn. De mangrovegebieden in de Indomaleisische ecozone staan in open verbinding met de baai en dienen als onderhandelingsgebied tussen land en zee. De soms wel 65 verschillende soorten planten, struiken en bomen die onderdeel uitmaken van deze ecosystemen komen alleen voor in tropische gebieden met een getij. Hierdoor worden deze gebieden regelmatig overspoeld en is de grond zout.

In het begin van de jaren zeventig werd de toentertijd heersende voedselcrisis opgelost door een sterk verhoogde landbouwproductiviteit als gevolg van de Groene revolutie. De Indiase overheid ondersteunde het kappen van de mangrovebossen. Men was van mening dat deze waterbomen totaal zinloos waren. De voormalige mangrove grond werd verbouwd tot landbouwgrond.

Na 4 decennia zijn de gevolgen daarvan meerdere malen pijnlijk ervaren. In het regenseizoen wordt deze kust niet zelden geteisterd door hevige cyclonen gevolgd door flinke tsunamis. De mangrove bossen, die door hun bovengronds wortelsysteem ook wel “wandelende bomen” worden genoemd, hebben het bovenmenselijk vermogen flinke vloedgolven tegen te houden en de bevolking te beschermen tegen het verwoestende water. Tevens zijn de wortels van de mangrovehabitat rijk aan een grote hoeveelheid voedingstoffen voor kleine visjes die tussen de wortels een veilige plek vinden om volwassen te worden. Nadat de visjes in de beschermende wortels zijn opgegroeid zwemmen ze de zee op in het voordeel van de zeevissers.     

Het lastige is dat de voordelen van dit unieke ecosysteem niet direct zichtbare voordelen oplevert voor de veelal landloze en arme bevolking. In de gemeenschappen langs de kust hebben zich veel voormalige Dalits (kasteloze) en vluchtelingen van de Bengaalse oorlog gevestigd.
 
 
Sanjay probeert samen met de bevolking en de uit Almere afkomstige stichting Mens en Mangrove een manier te vinden om de mangrove te behouden waarmee de bevolking tevens economisch voordelen heeft. Op zoek naar een balans tussen mens en milieu.

Het is regenseizoen in Orissa en de vierwiel aangedreven jeep baant zich al slippend een weg over de modderige wegen.
 
 
De jeep zit stampvol. Het drietal met Sanjay, cameraman met assistent en chauffeur ondergaan een klassieke maar ruwe “bumpy road” massage. Links en rechts van de weg strekken zich groene grasvelden en rechts staan de koeien voor verkoeling tot in de nek in het bruine water.  

Wetende dat ik eigenlijk op dit moment zelf met de poten in de klei zou moeten staan sta ik op de zondagmorgen verslagen in een toeristenwinkel in hartje Londen en koop ik zes boxershorts waarop in het groot de Engelse vlag op geprint staat. Een tandenborstel krijg ik gelukkig nog in een vier en twintig uur winkeltje. Mijn bagage is met de vlucht naar Bhubaneswar meegegaan en Ronald, Carel en Marlies hebben mijn koffers nog van de bagageband op de luchthaven in Bhubaneswar weten te grijpen. Mijn koffer met kleding en medicatie zal ik pas over 10 dagen terugkrijgen.

Twee uur later sta ik voor een grote gesloten deur bij de Indiase Ambassade in hartje Londen. De Luxaflex zijn naar beneden gerold en alles lijkt erop dat er niemand aanwezig is. Na herhaaldelijk tevergeefs te hebben aangebeld loop ik gefrustreerd om het gebouw in de hoop een noodingang te vinden. Achter het gebouw staat één van de luxaflex een beetje open waar ik in een kantoortje drie mannen achter hun laptop zie werken. Ik klop op de raam en maak duidelijk dat ik binnen moet. Enigszins geïrriteerd staat één van de medewerkers op en loodst me via de achteringang naar binnen. Na mijn verhaal te hebben gedaan acteert de man in leiding een medelevend gebaar. “Sorry meneer maar U zult wel weggestuurd zijn met een goede reden, wij kunnen niets met uw verhaal doen”. Ik vraag hem of ik misschien nog een nieuw visum kan krijgen om daags erna terug te vliegen naar India. De man trekt een lachend gezicht. “Dat kunnen we wel doen mijnheer maar u staat op een lijst en komt India simpelweg niet meer in”. Ik laat hem mijn papier zien wat ik aan de grens kreeg. De man leest het vluchtig door waarop hij bedenkelijk antwoord: “Dat is een vreemd papiertje mijnheer maar helaas kan ik niets voor U doen”. Bij elk antwoord wat ik krijg voel ik mijn reis naar India langzaam en pijnlijk door mijn vingers glippen en mijn zelfbeheersing dreigt ik hier bijna te verliezen. Na enkele vragen besluit ik om bij de Indiase Ambassade de handdoek in de ring te gooien. Mijn geduld raakt op en de onmacht groeit. Moet ik mijn opdrachtgever COS hierover informeren of wacht ik tien dagen wanneer ik weet of alles gelukt is of niet? Ik besluit hier nog even mee te wachten.
 
 
Het is vier uur Londense tijd en bel met Ronald die op dat moment midden in een traditionele dorpsbruiloft verzeild is geraakt. Achter de dansende stoet mensen loopt een man met een houten kruiwagen waarop twee flinke geluidshoornen zijn gemonteerd. Van daaruit de oorverdovende bruiloftsmelodie die via de telefoon doorgalmt tot de eetzaal van mijn ‘hotel’.
Ze zijn uitgenodigd in een dorpje langs de kust waar een Dalitgemeenschap in en rondom de mangrove leven. De Indiase organisatie Dhara en de Nederlandse Stichting Mens en Mangrove hebben een mooie balans weten te vinden om lokale mensen in Mangrove gebieden een inkomen te geven waarbij tevens de mangrove worden beschermd.

Het Naliagras blijkt de oplossing. Het groeit in de mangrovehabitat aan de oevers van de rivieren en heeft als functie dat de modderige oevers bij elkaar worden gehouden en erosie wordt tegengegaan. Het Naliagras groeit enorm snel en daardoor kan de lokale gemeenschap gecontroleerd het gras plukken, drogen waarna ze het uiteindelijk gebruiken voor het vlechten van manden. Ik vraag meteen aan de telefoon of zulke producten wel worden verkocht? Ik krijg een onverwacht antwoord terug. India heeft tegenwoordig een serieuze fair trade behoefte. Voornamelijk bij Indiase families met een middeninkomen. De grote stad Bhubaneswar heeft drie grote fair trade winkels waar deze gemeenschap hun producten aan verkoopt.
 
De telefoon gaat. De Nederlandse Ambassade in Delhi belt me terug en maakt me duidelijk dat zij op korte termijn niets voor me kunnen doen. Het is een individueel besluit van de CSI Mumbai waar een ambassade niets mee kan. Zo staan ook de Indiase Ambassade in Den Haag en de Visumdienst machteloos tegenover dit besluit. Niemand kan mij vertellen waarom ik India niet in mocht! De moed zakt me in de schoenen en de eenzaamheid en machteloosheid slaan me om de tien seconden in mijn gezicht. Ik verkeer in een staat dat ik wil schoppen, slaan of schreeuwen. Ik dreig mezelf te verliezen en besluit dat het wijs is om Londen zo snel mogelijk te verlaten.

Binnen een half uur sta ik aan de desk van de luchtvaartmaatschappij waar een dame mij met een vriendelijke lach verteld dat ik alleen via het boekingskantoor de vlucht kan wijzigen. “Of u boekt een ticket voor 430 Euro naar Schiphol”. Wat er toen gebeurde of wat ik zei kan ik me niet meer herinneren maar op de één of andere manier werd het de manager, die er inmiddels bij was gekomen, meer dan duidelijk dat de nood om naar Amsterdam te vliegen bijzonder groot was. Binnen vijftien minuten regelde hij een gratis vlucht naar Amsterdam.
 
 
Ondertussen probeer ik zoveel mogelijk contact te hebben met  de crew in Orissa. In Nederland doe ik mijn best om mijn frustratie en onmacht te relativeren. Stel je voor dat je in India leeft als dalit of Bengaalse vluchteling en je moet leven naar de wetten en regels van een blijkbaar zo onrechtvaardig systeem. Vechten tegen zulke macht is nutteloos en kan alleen maar de situatie verergeren. Je moet toegeven aan corruptie en falende democratie terwijl je eigenlijk andere plannen met je leven hebt. Als Europeaan kun je vechten tegen onrecht tot de  waarheid zegeviert. Met enige diplomatie hoef je voor weinig te vrezen en staan de mensenrechten hoog op de agenda. Juist deze essentiële behoefte, waar het in zoveel landen nog aan ontbreekt, is mijn drijfveer om met camera te blijven vechten tegen onrecht waaronder de allerarmste en zwakste aan ten onder gaan. Ik heb het nu eens zelf pijnlijk en kostbaar aan de lijve moeten ervaren hoe het voelt om vernederd en genegeerd te worden. Een situatie waarin de machteloosheid het grote gevaar vormt om je te verliezen om alsnog het verkeerde pad te kiezen.
 
Respect des te meer voor de Dalits en vluchtelingen in Orissa die vanuit een kastenloze status toch in balans leven met hun omgeving en met hun producten langzaam leverancier worden van de Indiase middenklasse. Men voorkomt dat de uitzichtloosheid van een dorp mensen laat vluchten naar de illusies van de stad. Een complex ecosysteem zal worden behouden onder toezicht van de bevolking. Beetje bij beetje zullen de gemeenschappen rechten en eigenwaarde krijgen waarin ze zullen groeien naar diegene die ze eigenlijk al veel langer hadden moeten zijn.

Marijn Poels
LEES PERSARTKEL: KAMERVRAGEN OVER WEIGERING POELS IN INDIA Ministerie van VWS
 
LEES MEER OVER HET WERK VAN STG.MENS EN MANGROVE Ministerie van VWS